Ik woon in Nijmegen noord, een Vinex wijk aan de noordkant van de Waal. Heerlijk dorps, met de stad dichtbij. De wijk is groen en ruim opgezet met veel doodlopende straten. Het verkeer rijdt rustig en houdt rekening met spelende kinderen. De deuren staan allemaal open en de buurtkinderen lopen bij elkaar naar binnen. Ik vind dat heerlijk.
De laatste maanden is het echter wat veranderd. Er gaat namelijk een golf van insluiping door de wijk, waarbij het bij een aantal vrienden en bekenden van ons al raak is geweest: diefstal van laptops, telefoons, tablets, portemonnees. Alles wat snel meegenomen kan worden, gewoon overdag terwijl de bewoners thuis waren. Met als gevolg dat de deuren dicht gaan en de kinderen nu ineens bij elkaar moeten aanbellen. Dat vind ik jammer.

Op recreatiebedrijven is het natuurlijk niet anders. Ook daar wordt door een aantal (ongewenste) gasten misbruik gemaakt van de openheid die je eigenlijk zou willen bieden. En dus wapen je jezelf als ondernemer met de middelen die tot je beschikking staan en de middelen die collega’s gebruiken. En voor je het weet heeft iedereen een slagboom voor de deur, het toppunt van een gastonvriendelijke eerste indruk. En het meest bizarre is dat we er allemaal (ook de gasten) aan gewend zijn dat dit normaal is. Zó erg zelfs dat ik een tijd geleden helemaal in verwarring was toen er op een park géén slagboom was. Mag ik dan zo maar doorrijden?! Zit ik wel goed? Sommige dingen zijn zó standaard geworden, dat we ons niet meer realiseren hoe gastonvriendelijk we soms eigenlijk zijn. Andersom geredeneerd valt daar dus ook nog veel winst te halen.

Met veel groeten,

Olivier Oostelbos
Jelloo bv