Ik las laatst via twitter een artikel van Hans van Leeuwen waarin hij de top 5 beschreef met betrekking tot de customer journey. Daarbij stond op nummer 1 de omgeving / beleving en daar ben ik het helemaal mee eens. Als ik bedenk waar ik naar toe wil op vakantie, kies ik ook eerst een gebied, regio of locatie die me aantrekt. De rest komt pas daarna.

Zo ben ik afgelopen zomer naar ItaliĆ« op vakantie geweest met mijn gezin, waarbij we een week in Toscane zijn geweest en een week in Rome. De invulling van die week in Toscane, waaronder de accommodatie kwam pas op de tweede plaats. We wilden vooral genieten van de streek met al haar charmes. Vandaar dat we ook bewust gekozen hebben om met de auto te gaan in plaats van het vliegtuig. Met het vliegtuig ben je minder mobiel, hoewel je ook een auto zou kunnen huren, maar mis je vooral de reis er naar toe en de rit door het landschap. Hoewel… ik moet zeggen dat die rit op de heenweg nogal tegenviel. Niet doordat het langer duurde, files of jengelende kinderen. Helemaal niet, dat ging prima. Wat mij enorm tegenviel was het uitzicht. Ik was uitgegaan van glooiende vergezichten met goudgele akkers en oude dorpjes. En waarschijnlijk waren die er ook wel, alleen werd dat uitzicht op de meest interessante stukken versperd door een verhoogde vangrails op ooghoogte langs de snelweg, zodat het geen zin had om je heen te kijken.

Ergens wel logisch, als je redeneert vanuit verkeersveiligheid. Als iedereen op een brug over een ravijn ineens opzij gaat kijken, krijg je geheid ongelukken. Zeker als je te maken hebt met een enorme stroom aan Noord- en Midden-Europese toeristen die voor het eerst over die weg rijden en zich zouden vergapen aan het schitterende landschap. Neemt niet weg dat het geredeneerd vanuit toeristische attractiviteit jammer is. Zeker als die omgeving zo belangrijk is als gesteld wordt door Hans van Leeuwen. De vraag die bij mij naar boven komt is of er niet een oplossing te bedenken is die beide doelen bereikt: veiligheid en beleving.

Overigens wel bijzonder: op de terugweg richting noorden waren er naar mijn idee veel minder van die verhoogde vangrails. Zou dat zijn omdat de toeristen dan al gewend zijn aan het landschap en zo snel mogelijk weer naar huis willen? Dat ze toch niet meer zoveel in verbazing om zich heen kijken en dus minder ongelukken veroorzaken? Of zit die observatie puur in mijn beleving?

Met veel groeten,

Olivier Oostelbos