Wedstrijdsporters zijn generaliserend meer competitief ingesteld dan anderen: ze willen winnen! Dat brengt een aantal voordelen met zich mee, zoals het stellen van  hoge doelen, doorzettingsvermogen, daadkracht en energie.

Maar ja, elk voordeel heb z’n nadeel. Als sporters in de vrijetijdssector gaan werken, gaat het namelijk niet meer om de eigen prestatie, maar om het plezier van de gasten. Dat betekent dat de focus van de eigen ik moet verschuiven naar de gast. Ineens moet je niet meer primair de spelregels bewaken, maar juist het spelplezier. En dat is nog niet altijd makkelijk. Je scheidsrechtersfluitje maakt plaats voor klappen en joelen. Of nog beter, je speelt zonder scheidsrechter, maar doet zelf lekker mee. Als je dan een potje voetbal speelt, moet je wel tegen je verlies kunnen en je laten poorten door een kind. Die zal dat geweldig vinden.

Nogmaals generaliserend, en inspelend op de competitieve instelling, kunnen sporters het meer dan gemiddeld lastig hebben als de vakantiebeleving niet zo goed is. Bij klachten blijken sporters door hun ‘willen winnen’ mentaliteit snel in de verdediging te schieten, in plaats van incasseren en inleven in de gast. Met als gevolg dat de klachten in heel rap tempo verergeren. Zodra je de discussie met de gast aangaat of de klacht wel terecht is, kom je in een wedstrijd terecht: wie heeft de beste argumenten. Echter: winnen op inhoud en argumenten, betekent dat je hoe dan ook gaat verliezen op de relatie. De gast voelt zich niet gehoord en haakt volledig af. Wat heb jij dan gewonnen?

Met veel groeten,

Olivier Oostelbos