Mijn dochter Bo is vier jaar en zit sinds februari op zwemles. Vorig jaar tijdens onze zomervakantie op een camping in Italië was ze al watervrij en zwom ze liefst in het diepe. Want dat deed haar broer Jop van 9 immers ook! Als het aan haar lag sprong ze zonder bandjes van de kant, zich niet realiserend dat ze die nodig had om te blijven drijven. In haar ogen kon ze immers al zwemmen.

Voor Bo is haar zwemles een uitje. Ze vindt het heerlijk om te spelen en te springen, te spetteren en te duiken. Ter voorbereiding op HET GAT wordt er nu al af en toe een hoepel bij gepakt en wordt er gevraagd wie er doorheen wil duiken. Bo steekt dan meteen haar hand op. Papa is dan trots 😉
Ondanks dat het erg voorspoedig gaat, ga ik er van uit dat ik of mijn vrouw alsnog weer anderhalf jaar langs de kant zit te kijken. Ze is dan wel volledig watervrij, maar ook nog erg speels. Ze beseft zelf niet erg dat ze op zwemles zit, juist omdat ze het zo leuk vindt. Dat is mooi, maar soms ook wel verwarrend voor haar. Zo wordt er tijdens de les onder andere gebruik gemaakt van kleurrijke schuimrubberen slangen als drijvers. De badmeester noemt dit zuurstokken, en vroeg de kinderen vorige week om er allemaal een te pakken. Alleen Bo en een ander meisje hoefden er geen te pakken. Zwemles-technisch was dit natuurlijk fantastisch. Bo had geen zuurstok meer nodig, omdat ze zelf al bleef drijven. Alleen dacht Bo daar anders over: zij wilde ook een zuurstok, want dat was leuk! Blijkt maar weer dat plezier en prestatie niet altijd synchroon lopen.

Met veel groeten,
Olivier Oostelbos