Afgelopen maand heb ik als assessor een aantal praktijkexamens afgenomen voor een MBO opleiding richting recreatie. De studenten moesten daarvoor een activiteit van een uur ontwikkelen, voorbereiden en uitvoeren op een BSO (buitenschoolse opvang).  Tijdens een van die examens maakten twee studenten er echt een feestje van. Als kapitein Plakbaard en stuurman Steve wisten ze de kinderen uitstekend te boeien met een verhaal over een schat. Aansluitend werden er stoppelbaardjes en littekens geschminkt, gethematiseerde spellen gespeeld en werd er uiteraard afgesloten met een speurtocht naar de schat.

Van tevoren had stuurman Steve duidelijk afgesproken dat de kapitein zijn schat zou delen met de kinderen als ze hem zouden helpen. Met als gevolg dat de kinderen bij het vinden en openen van de schat er met hun neus bovenop stonden. Kapitein Plakbaard bouwde vervolgens de spanning nog even goed op, waarna de kist openging en hij vol zat met waterpistolen. Alle kinderen graaiden er snel een uit, vulden hem en begonnen elkaar nat te spuiten, waar Plakbaard en Steve prima op inspeelden. Alles bij elkaar een eerlijk feestje en twee geslaagde studenten 😉

Het mooiste moment kwam echter na de activiteit. Eén van de BSO medewerkers baalde namelijk van de hebberigheid van haar kinderen: “Ze zeiden niet eens dankjewel?!” Geredeneerd vanuit haar rol als pedagoog (BSO medewerker) is die reactie logisch. Geredeneerd vanuit animatie of beleving is het echter niet meer dan logisch dat de kinderen geen dank je wel zeggen. Het waterpistool is in hun beleving geen cadeautje, maar een deel van de opbrengst. Zij hebben per slot van rekening de kapitein geholpen die in de problemen zat. Dus als er iemand is die dankjewel moet zeggen, dan is dat de kapitein, niet de kinderen!

Met veel groeten en een goede zomer!!

Olivier Oostelbos