Tijdens mijn opleiding kwam de behoeftenpiramide van Maslow regelmatig aan bod. Uitgangspunt bij deze piramide is dat mensen primair behoefte hebben aan biologische elementen als eten en drinken. Pas als die behoeftes zijn bevredigd, ontstaat er een behoefte aan veiligheid en zekerheid. Daarna komen sociale behoeftes en behoefte aan erkenning. Als dat alles gerealiseerd is, komt er tot slot ruimte voor behoefte aan zelfrealisatie.

Vakantie vieren vindt daarmee plaats in de bovenste drie lagen. Op zich logisch: kamperen met een tent op de A2 terwijl er allemaal auto’s voorbij razen creëert dermate veel onrust en onveiligheid dat je daarmee nooit in een goed vakantie gevoel komt. Hetzelfde gebeurt wanneer er een flinke storm huishoudt op een kampeerbedrijf. Angst voor blikseminslag, omgevallen bomen en ongelukken overheersen dan direct het goede vakantie gevoel. Of nog duidelijker: als er een bosbrand aankomt, blijft niemand lekker voor zijn tent zitten omdat het zo gezellig is met de buren, of omdat er zoveel actie te zien is met al die brandweermannen die rondrennen.

Met de komst van beleving wordt er echter aardig gerammeld aan dit model. Er zijn bijvoorbeeld mensen die (veel) geld betalen om met weinig middelen in de wildernis gedropt te worden, waar ze vervolgens zelf hun eten en drinken moeten verzamelen. De aanwezigheid van basisvoorzieningen (eten, drinken, warmte, onderdak, veiligheid) geldt ineens niet meer als noodzaak voor iedereen. Sterker nog: zelfs de basisbehoeftes veranderen. Zo is voor veel gasten WIFI pure noodzaak geworden. Dat kunnen we zelf stom, onzin of vervelend vinden, maar het biedt wel kansen. Daar waar voorheen vakantie zich richtte op de drie bovenste schijven van de piramide, kun je nu ineens een specifieke vakantiebeleving creëren voor alle lagen. Zolang je maar inspeelt op de behoefte van de gast. Daardoor is gastgerichtheid ook écht wat anders dan gastvrijheid.

Met veel groeten,

Olivier Oostelbos