Ik ben geboren in de Bijlmer. Met mijn zachte G hoor je daar helemaal niets meer van. Maar het is echt waar! Op 14 hoog, in het voorjaar van 1971. Tegelijkertijd moet ik erbij vermelden dat ik er maar een half jaar heb gewoond en er daarna nooit meer ben geweest. Wellicht ook onder invloed van de publieke opinie, dat de Bijlmer niet echt een plek is waar je ‘s avonds over straat kunt lopen.
Daarbij ben ik me absoluut bewust van mijn eigen enorme vooroordeel. En ergens is dat raar. In New York loop ik namelijk wél in mijn eentje door Harlem en zie ik daar het kwaad niet van in. Ik heb er zelfs een keer twee uur vastgezeten in een kleine lift met vier grote locals, en zag daar totaal geen bedreiging in. Eerder een goed verhaal.

Wat dat betreft vind ik het een geweldige zet om The Passion in de Bijlmer op te voeren. Duizenden mensen hebben die show live in Amsterdam bijgewoond. Ik zou mij goed kunnen voorstellen dat daar veel mensen bij zitten die normaal gesproken nooit in de Bijlmer zouden komen. Redenerend vanuit vooroordelen zou ik mij ook goed voor kunnen stellen dat er eigenlijk alleen maar bewoners aanwezig waren. Of ik zou me kunnen voorstellen dat The Passion dit jaar meer bezoekers had gehad als ze het NIET in de Bijlmer hadden opgevoerd, maar ergens anders. Het maakt mij bewust van mijn eigen vooroordelen en hoe lastig het is om die los te laten. Vandaar mijn complimenten voor degenen die bedacht hebben om The Passion juist in de Bijlmer uit te voeren.

Als opleider heb ik elke training te maken met overtuigingen en vooroordelen. Zowel tussen medewerkers en gasten, als ook tussen medewerkers onderling. Enerzijds is dat prima omdat het houvast geeft in het dagelijkse handelen. Anderzijds kan het ook belemmeren en is het gaaf om dat dan te kunnen doorbreken: hoezo ben jij niet in staat om 500 verrassingsacties te bedenken voor de gasten in de zomer? Heb je het al eens geprobeerd dan?! Al met al zitten alle vooroordelen gewoon maar tussen je (paashaas)oren.

Met veel groeten,

Olivier Oostelbos